Make your own free website on Tripod.com

1 World 2 Travel
Cuba
Geschiedenis & Politiek - 2

Na Machado was Batista een druppel teveel

Het land was economisch volkomen afhankelijk van de USA en de verschillende presidenten volgden de Amerikaanse richtlijnen. Van 1925 tot 1933 voert Gerardo Machado y Morales een bloedige dictatuur.

In 1925 richt Juan Antonio. Mella de Cubaanse communistische partij op. Hij wordt tijdens een opstand verjaagd en, ook met de steun van de communisten, wordt sergeant Fulgencio Batista y Zaldivar aan de macht gebracht.
Hij was de sterke man, hoewel anderen, zoals Grau San Martin, Carlos Prio Socaras, Edouardo Chibas, zich al eens president mochten noemen. Hij trok echter aan de touwtjes.
Grau, die rector is geweest van de universiteit waar de jonge Fidel Castro rechten studeert, pleegde zelfmoord. Tijdens een radiotoespraak waarin hij alle hoop opgaf om Cuba ooit van de corruptie en de Amerikaanse almacht te bevrijden, schoot hij zich een kogel door het hoofd.
Op 10 maart 1952 bombardeerde Batista zichzelf, met de instemming van de USA, tot president en voerde hij, almachtig als hij was, een dictatoriaal bewind in.
Tijdens Wereldoorlog II had Batista zelfs een communist opgenomen in de regering. De Verenigde Staten en de toenmalige Sovjetunie waren immers bondgenoten en ook Cuba had Duitsland de oorlog verklaard ! In 1952 verbrak hij de betrekkingen met de sovjets.
Dat was niet naar de zin van Fidel en diens jongere broer Raul, die een overtuigd marxist was. Met een tweehonderd vrienden spaarden zij, gedurende een jaar, wapens en munitie bij elkaar.

"El deber de todo revolucionario es hacer la revolucion"
Fidel Castro

(Het is de plicht van elke revolutionair om revolutie te maken)

De geschiedenis zal mij vrijspreken
Op 26 juli 1953, dag van het Carnaval, lanceert de 26-jarige Fidel Castro Ruz samen met honderdvijftig jongeren, omstreeks 4 uur in de ochtend, een aanval op de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba. Daar vertoeven duizend soldaten van Batista.
De revolutionairen zijn gekleed in officiële legeruniformen en bezetten het gebouw en kondigen in naam van José Marti hun revolutionaire wetten af. De tegenaanval liet niet op zich wachten. Het antwoord van de Batistianos was bloedig.
Drie kompanen van Fidel sneuvelen en 68 worden na een marteling gefusilleerd. Slechts enkelen overleven, worden gemarteld en veroordeeld. Studenten en jongeren, die niets met de revolte te maken hadden, werden op straat opgepakt en ondergingen hetzelfde lot.
Fidel had de bergen weten te bereiken, maar wordt vier dagen later door een patrouille van luitenant Sarria ook opgepakt. Sarria kan zijn manschappen, die Fidel ter plaatse willen executeren, tot kalmte aanmanen.
Op 16 oktober doet Castro tijdens zijn proces zijn historische en vijf uren durende toespraak "la historia me absolvere" (de geschiedenis zal mij vrijspreken...).


De companeros van Mexico
Hij krijgt vijftien jaar aangesmeerd en wordt opgesloten op het Isla de Pinos (het huidige Isla de la Juventud), maar wordt op 11 mei 1955 vrijgelaten, omdat pas - en zonder tegenstand - herkozen Batista al te veel kritiek van de wereldopinie moest verwerken en ook meer steun zocht bij de lokale bourgeoisie.
Castro vertrekt naar Mexico, naar de Verenigde Staten. Achttien maanden lang zal hij medestrijders zoeken, wapens proberen te vinden. In die periode ontmoet hij een jonge Argentijnse arts en revolutionair, die een belangrijke rol gaat spelen. Fidel Castro Ruz en Ernesto Che Guevara worden companeros.
Op 2 december 1956 , tijdens de uren van de siësta, landt Castro met het kleine jacht Granma (voor een appel en een ei gekocht van een ... Amerikaan) na zeven dagen woelige zee, vanuit Mexico op de kusten van de provincie Oriente. Bedoeld voor 20 miljonairs had het plezierjacht 82 revolutionairen in olijfgroen uniform aan boord.
Intussen had Castro de Moviemento de 26 Julio opgericht.

"In het begin van onze strijd was het bezoek van een journalist al even belangrijk als een militaire overwinning"
Ernesto Che Guevara

Landing van de Granma
Onmiddellijk na de landing van de Granma volgt bij Alegria de Pio een gevecht. Van de 82 manschappen blijven er amper 12 over. Batista had een leger van 50.000 man.
Castro, samen met zijn broer Raul Castro Ruz, Ernesto Che Guevara, Camilo Cienfuegos, Faustino Perez bouwt vanop de Puento Turquino zijn guerilla-legertje opnieuw uit, en het krijgt naarmate de maanden vorderen, steeds meer aanhang. De rebellen bereiden zich voor in de Sierra Maestra. Einde 1956 telden de guerrillero’s al 80 man, vooral boeren. Volgens de Cubaanse pers waren alle rebellen uitgeroeid. De werving viel stil. Niemand zocht de maquisards nog op. Tot Herbert Matthews, een journalist van de New York Times, vermomd als toerist naar de Sierra Maestra werd gesmokkeld. Zijn artikels en foto’s leidden tot nieuwe vrijwilligers.
Er waren nu 200 barbudos. Alle graden boven commandante (majoor) zijn afgeschaft, net als de groetplicht en onderscheidingen. De commandante draagt hetzelfde uniform als de ondergeschikte. Op 17 januari leveren ze al voor het eerst succesvol slag tegen de troepen van Batista in La Plata.
Op 13 maart 1957 mislukt een aanval van de studenten die onder leiding van Frank Pais, 26 juli-verantwoordelijke voor de steden, het presidentieel paleis van La Habana bestormen. Pais wordt op 30 juli vermoord.


De ontvoering van Juan Manuel Fangio
Radio Rebelde gaat de ether in. In de steden groeiden ondergrondse organisaties, die zorgden voor wapens, voedsel en onderdak. Vrouwen speelden als tussenpersoon een belangrijke rol, zoals Heydée Santamaria, Vilma Espin en Célia Sanchez. Espin werd voorzitster van de Cubaanse vrouwenorganisatie en huwde Raul Castro. Aanslagen en terreur in de steden hielden Batista’s troepen daar vast.
De studenten, geleid door Fauré Chomon, openden een front in de provincie Las Villas en in de Sierra del Escambray vochten 200 opstandige matrozen onder leiding van een ... Amerikaans majoor, William Morgan.
De guerrillero’s verkregen ook alle internationale aandacht door enkele stunten. Enkele uren voor de Grand Prix in Havana ontvoerden ze de Argentijnse Formule-1 piloot Fangio. Fangio, de beheerste rijder, was wereldkampioen in 1955 en 1956 en werd het ook in... 1957.
Uit de basis Guantanamo ontvoerden ze een handvol militairen. Zodoende kon Castro aantonen dat Batista met Amerikaanse wapens vocht. De USA moesten hun leveringen onder internationale druk stopzetten.


Batistas weerloze pantsertrein
Op 1 maart 1958 openen de rebellen het 2de Front Frank Pais in Oriente. Raul Castro neemt hiervan de leiding en slaat een aanval af van Batista’s troepen. Fidel verovert Santiago, zijn geboortestad.
Op 29 december betaalt de “Che” een belangrijke overwinning in Santa Clara (Escambray-gebergte). Hij krijgt er aansluiting met de studenten van Chomon en meteen was het eiland doormidden gesneden.
Om de verbinding Havana-Santiago te herstellen pakte Batista toen uit met zijn geheime wapen, de pantsertrein. Hierop zaten 400 militairen met voedsel voor twee maanden en munitie voor twee jaar. Tegen opgebroken sporen - een truukje van Che - kon de trein echter niet op en de hoeveelheid munitie, die hij transporteerde, bleek vooral nuttig om hem op te blazen.
Samen met Camillo Cienfuegos zet hij de zegevierende opmars verder. Wanneer op 1 januari Havana wordt binnengerukt, probeerden enkele anti-Castristen vergeefs nog even een junta op te richten.
Cienfuegos zou kort na de overwinning jammerlijk omkomen in een vliegtuigongeluk.


Geschiedenis – deel 3
De Blijde Intrede




CUBA
Main Page


©  2001 december  copyright  vilmos  cvg   * information:   webmaster   * using this text for commercial purposes will not be allowed