Make your own free website on Tripod.com

1 World 2 Travel
Cuba
Land van Sportkampioenen

De revolutie loopt op… goud

Sedert Castro aan het bewind kwam, werd naar het voorbeeld van andere communistische landen (vooral het gewezen Oostblok) veel aandacht besteed aan de sport, en vooral aan de ... successen. Voor Castro leverde Cuba geen atleten van betekenis.

Maar bijna was er ook geen revolutie geweest ! In 1949 hadden de Giants hun ook laten vallen op een baseballer die geweldige effectballen kon smijten. Maar tot een contract kwam het niet. De sporter was de toen 23-jarige advocaat… Fidel Castro Ruz!
Voor de revolutie telde Cuba 15.000 georganiseerde sportbeoefenaars. Vrijwel allemaal professionelen. De clubs of terreinen waren bovendien exclusief en de lidgelden voor velen onbetaalbaar. Zij voerden ook een discriminatiepolitiek ten overstaan van de niet-blanke bevolking. Het land bezat toen al wel een goed team voor baseball en lukte er enkele keren in om de USA te kloppen in wereldfinales.
Dat was op internationaal vlak (vooral in ontwikkelingslanden) propaganda, maar ook op binnenlands vlak werd dit duchtig in de verf gezet. In het dagblad Granma was dit goed voor de opening van de eerste pagina. In koeien van letters !
Castro moedigde de sportbeoefening van meetaf aan. Zowat overal in het land werden stadions gebouwd. Dit gebeurde meestal door vrijwilligers, die geleverd werden door het “leger van jonge arbeiders” of de CDR’s. Lichamelijke opvoeding en sportbeoefening werden in de scholen geïntroduceerd.
In 1971 werd het INDER opgericht, het nationaal instituut voor sport en lichamelijke opvoeding. Professionele sportbeoefening werd verboden. Sedertdien kon Cuba dus, al dan niet gedopeerde, topatleten kweken.


Eén minuut langer leven
In 1959, tijdens de Panamerikaanse Spelen, was Cuba nog op een bescheiden elfde plaats geeïndigd, met amper 20 medailles. Dat was net voor de revolutie dus.
In 1967, in het Amerikaanse Winnepeg, eindigde het land derde na de Verenigde Staten en Canada. Tijdens de Olympische Spelen van Mexico in 1968 namen de Cubanen 10 gouden medailles naar huis en in 1972 te München waren er dat al 22. Tijdens de Olympics van Barcelona in 1992 won Cuba 31 medailles, waarvan 14 gouden. Het kwam op de vijfde plaats te staan van de landenranglijst. In 1966, in Atlanta, was Cuba goed voor 22 medailles, waarvan zeven gouden plakken alleen al door zijn boksers werden behaald.
De vrouwen wonnen het volleybal en de baseballers versloegen in de finale... uiteraard de Verenigde Staten. Een minuut sport is één uur langer leven, luidt de nationale slogan. Op alle scholen wordt nu sport onderwezen en de beste sporters worden voor perfectionering naar de gespecialiseerde scholen gestuurd. Vraag je een Cubaan of de Verenigde Staten hen ooit zullen kloppen in baseball, dan antwoordt hij: Nunca jamas. Nooit ofte nimmer. Baseball is ons nationaal tijdverdrijf dat wij hebben in de USA geïmporteerd.


Alberto Juantorena
Eén onder “de revolutionaire medaillehelden” was Alberto Juantorena, die zich onder de sportlieden ontwikkelde als een ware el Simpatico. Zijn bijnaam luidde, wegens zijn ongeëvenaarde loopstijl, echter El Caballo, het paard.
In 1976 tijdens de Olympische Spelen in het Canadese Montreal behaalde de blanke bruingebrande reus goud op zowel de 400 als de 800 meter.
In een Canadese studie werd hij toen ingedeeld bij de zwarte atleten. “Ik ben een blanke”, zegt Juantorena, “maar ik was gewoon bruingebrand omdat ik acht jaar lang elke dag in de zon had getraind. De zon is de bondgenoot en de beste trainer van onze atleten, maar dat begrijpen Europeanen niet”.
Hij droeg zijn medailles op aan Fidel. Eens zijn sportieve carrière voorbij werd hij politiek opgevangen. Hij werd de public relations voor het regime en... minister van sport. Juantorena is ook voorzitter van de Cubaanse Atletiekfederatie. Hij woont nu in de diplomatenwijk Miramar in Havana.
Wie Cuba binnenkomt, wordt nu niet meer verwelkomd met een levensgroot portret van Fidel, maar door een reuzengroot reclamebord waarop olympisch goudwinnaar Javier Sotomayor over een lat springt.

Een land van grootse mensen
De bijpassende tekst luidt: Cuba es un pais de hombres de altura. Cuba is een land van grootse mensen.
Toch heeft het land soms last met die grootse mensen, want Cuba hoopt niet alleen op medailles, maar ook telkenmale op de terugkeer van zijn topsporters. Een absoluut dieptepunt werd bereikt in 1993 toen na de Caribische Spelen in Puerto Rico 45 sporters politiek asiel vroegen en bekwamen.
Puerto Rico is immers Amerikaans. De voorlopig laatste overloper is Osvaldo Fernandez, de baseballer die in Barcelona nog goud won. Hij dook onder in Little Havana, de Cubaanse wijk van Miami. Hij volgde aldus het voorbeeld van René Arocha, die nu pitcher is in de Major League bij de St. Louis Cardinals.
Andere topsporters blijven echter bij hun land zweren. Zo liep Omar Linares tijdens de Panamerikaanse Spelen in Argentina naar de pers om te melden dat enkele hopelozen hem een jaarsalaris van anderhalf dollar hadden aangeboden.
Linares had het aanbod van de New York Yankees prompt afgewezen. Zijn argument was:
“Weglopen ? Ik denk er niet aan. Bij jullie in het Westen valt er niets te beleven. In Cuba is er alle dagen feest en muziek”.
Hoogspringster Sylvia Costa zei ooit: “Op één enkeling na zijn alle overlopers blanke Cubanen. Na de revolutie hebben de zwarten een menswaardig bestaan gekregen. Daarom zijn we Fidel en de revolutie trouw gebleven” . Onlangs echter dacht een Cubaans volleyteam er anders over en zwichtte het voor Euro’s uit Italië.
Ook basket en volleybal zijn populaire sporten en Cuba heeft ook voetballers en wielrenners. Na het baseball is de bokssport echter de meest populaire. In Barcelona wonnen de Cubaanse boksers liefst zevenmaal goud.
Ook Cubaanse trainers zijn zeer gevraagd. Vijfhonderd onder hen zijn actief in 32 verschillende landen.



CUBA
Main Page


©  2001 december  copyright  vilmos  cvg   * information:   webmaster   * using this text for commercial purposes will not be allowed