Make your own free website on Tripod.com

1 World 2 Travel
Cuba
Steden & Sites - 5

Bayamo, Baracoa, Porto Santo, Camagüey, Isla de la Juventud



BAYAMO


Zuidoostelijk gelegen stad in de provincie Granma bij de Bayamo-rivier. Gesticht in 1513 als San Salvador de Bayamo. Hier begonnen twee opstanden tegen de Spanjaarden, de Tienjarige Onafhankelijkheidsoorlog van 1868-1878 en de uiteindelijke oorlog die zou helpen Cuba’s onafhankelijkheid uit te roepen (1895-1898).
De bevolking heeft altijd de naam gehad moeilijk te zijn. Onder de Spanjaarden ontpopte zij zich tot handige smokkelaars. De gouverneur veroordeelde 80 stedelingen ter dood. De woning van het heerschap werd belegerd en de executie ging niet door.
In de 18de en 19de eeuw groeiden hier de vrijmetselaarsloges, met als bekendste Estella Tropical. Ook het volkslied, de Bayamesa, werd hier gecomponeerd en op 10 oktober 1868 proclameerde Carlos Manuel de Cespédes hier de onafhankelijke republiek Cuba.
Toen de Spaanse bezetter de stad wilde veroveren, stak de bevolking haar gewoon in brand. De stad kreeg hiervoor de bijnaam La Héroica.
Bayamo is een handels-, productie- en transportcentrum. In de omgeving ligger koper- en mangaanmijnen. Belangrijkste activiteiten: voedingsnijverheid (met citrusvruchten koffie, cacao en uiteraard suikerriet), leerlooierijen en tabakverwerking. In de delta van de Rio Cauto ligt de op één na grootste rijstplantage van Cuba.
Bayamo is de geboorteplaats van Carlos Manuel de Cespédes, de Vader des Vaderlands (Padre de la Patria). De bijnaam dankt hij aan de gijzeling van zijn zoon door de Spanjaarden. Zij eisten dat hij en zijn manschappen de wapens zouden neerleggen.
De Cespédes weigerde, zeggende dat "alle Cubanen zijn zonen zijn en dat hij vocht voor de vrijheid van allen en niet voor die van één".
Zijn zoon werd vermoord.
De stad telt bijna 130.000 inwoners en ligt op 127 kilometer van Santiago de Cuba.


BLIKVANGERS

Casa Natal de Carlos Manuel de Cespedes
Zijn geboortehuis, gewijd aan zijn leven en werk.

Iglesia Parroquial Mayor de San Salvador
Hier werd het huidige Cubaanse volkslied, de Bayamesa, voor het eerst gezongen. Het is één van de oudste Cubaanse kerken en biedt een fraai interieur.

Museo Historico la Demajuga
Op deze plaats verleende Cespédes zijn de slaven de vrijheid en riep hij de onafhankelijke republiek Cuba uit.


BARACOA


De weg naar de stad heet La Farola. Hij slingert door een prachtig landschap, dat al een bezoek aan Baracoa waardevol maakt. Het laatste opschrift op de weg is Mi montana jamas sera tomada (mijn berg zal nooit worden ingenomen).
Baracoa is ook het indiaanse woord voor Hoog Land. De stad ligt in een gebied dat bezaaid is met baaien en kreken. Zelf ligt ze in de Bahia de Miel (baai van de honing).
Hotel El Castillo is een omgebouwd Spaans fort op de heuvel. Op het terras kan een niet te missen zonsopgang worden bewonderd. In de kerk wordt het kruis van Christoforo Colombo nog steeds bewaard.
De stad werd als eerste Spaanse vestiging gesticht in 1511 door Diego Velasquez. Deze in het Spaanse Cuellar geboren militair vergezelde Colombus tijdens diens tweede reis naar de Nieuwe Wereld en beleefde hij de verovering van Hispanola, het huidige San Domingo (Dominicaanse Republiek).
In 1511 gaf Diego Colombus, de zoon van Christoforo, hem de opdracht om Cuba te veroveren. Zeer tegen diens zin in, riep Velasquez zichzelf ook tot gouverneur van Cuba uit. In 1517 organiseerde hij een Spaanse expeditie naar Yucatan en twee jaar later stuurde hij Hernan Cortés uit om te rapporteren over het Azteeks imperium in Mexico.
In 1520 weigerde Cortés terug te keren en hij versloeg de expeditie, die Velasquez had uitgezonden om hem te arresteren. Cortés ging dan maar op eigen houtje het Aztekenrijk veroveren.
De Spanjaarden maakten van Baracoa ook hun eerste hoofdstad. Lang zou dat echter niet duren, want het indianenopperhoofd Huatey, de man op de etiketten van de gelijknamige Cubaanse bierflesjes, bleef fanatiek voor de vrijheid van zijn volk strijden.
Na drie jaar werden de bestuurlijke functies van de ciudad primada dan maar verlegd naar Santiago de Cuba. Huatey zelf eindigde weliswaar op de brandstapel. Later zou generaal Antonio Maceo het de Spanjaarden moeilijk maken tijdens de eerste bevrijdingsoorlog. Hij belegerde de stad.
In het hinterland ligt de Sierra del Cristal waar Raul Castro, de broer van Fidel, het tweede front Frank Pais opende. Pais was de studentenleider die een front tegen Batista wilde openen in La Habana.
In dit gebied handelden de rebellen als ‘leerling-tovenaars’ door in de alhier gelegen dorpen een volledige burgerlijke administratie, volgens hun ideeën uit te bouwen, inbegrepen scholen, gezondheidszorg, huisvesting, rechtspraak en nijverheid. In 1956 sloot een groot deel van de jeugd van Baracoa aan bij de revolutionairen.


BLIKVANGERS

El Yunque de Baracoa
Een berg die de vorm heeft van een aambeeld. Hij was het baken voor zeelieden en piraten. Een geliefd onderwerp voor de lokale schilders.

Forten van Matachin, Seboruco en La Punta
Zij dagtekenen van 1801 en zijn twee goede voorbeelden van de militaire architectuur in die periode. Het fort bevat een streekmuseum.

Las Playitas en Duaba
Een klein, onopvallend strand waar op 11 mei 1895 José Marti landde. Hij zou er ook sneuvelen. In Duaba landde de mede-verzetsstrijder Antonio Maceo tien dagen eerder.
Het strandje en Duaba zijn nu uitgegroeid tot een nationaal museum.


Plaza Indepencia
In 1512 werd hier de eerste kerk van Cuba gebouwd. Op het pleintje prijkt het hoofd van opperhoofd Hatuey.
In de kerk wordt, achter glas, het kruis getoond dat Colombus achterliet toen hij landde op Porto Santo. Het is het oudste, door Europeanen gemaakte, voorwerp in heel Amerika.



PORTO SANTO


Porto Santo was de eerste benaming van Baracoa. Hier stapte Christoforo Colombo aan wal en plantte hij zijn kruis. Nog niet zolang geleden dacht iedereen dat hij zijn Cruz de la Parra (kruis van de wijnstok) uit Spanje had meegebracht.
Racquel Carreras, een deskundige in houtanalyse uit Havana, ging de oorsprong ervan na, net als de stadshistoricus van Baracoa, Alejandro Hartmann, en de Belg Roger Deschamps, die monsters hout kwam zoeken voor het Midden-Afrika Museum van Tervuren.
De belangrijkste onderzoekingen werden in ons land verricht en zo kwam men tot de vaststelling dat Colombus zijn kruis ter plaatse had laten vervaardigen. Het kruis werd achttien jaar na de landing gevonden door Diego Velasquez. Het was toen bedekt door een wilde wingerd en verwierf aldus zijn benaming.
Om de indianen (gedwongen) te dopen schreven de Spanjaarden een wonderkracht toe aan het ‘wingerdkruis’: het zou de inwoners beschermen tegen natuurlijke en andere rampen. Pelgrims namen er nadien kleine stukjes van mee, en hoe beroemder het kruis werd, hoe meer het verkleinde.
De originele hoogte was 238 centimeter, maar er blijven er maar 80 van over. Om het te beschermen, heeft men toen een metalen bescherming op de uiteinden aangebracht.



CAMAGÜEY


Oostelijk Cuba. Vroegere naam Puerto Principe. Camagüey, in 1514 gesticht door de Spanjaard Diego Velasquez, is de grootste inlands gelegen stad van Cuba. Zij ligt op 571 kilometer van Havana en 398 kilometer van Santiago de Cuba. Haar havenstad is Nuevitas, tevens een visserijcentrum.
Het is een belangrijk handelscentrum in vee, huiden en suiker. Grote kuddes runderen en vaceros (cowboys) zijn hier geen zeldzaamheid. In deze stad vallen een kathedraal en enkele andere kerken te bewonderen.
In 1668 werd Camagüey, dat landinwaarts was verplaatst, toch geplunderd en bezet door de Welshe boekanier Sir Henry Morgan.
Dat plunderen en platbranden gebeurden meermaals, maar de bevolking bouwde de stad steeds opnieuw en mooier weer op. De planters en begoede burgers waren geen vrienden van de Spanjaarden. Niet alleen omdat zij nationalisten waren, maar vooral omdat ze vreesden dat de bezetters - zoals de Engelsen - de slavernij zouden afschaffen. Ruim 27 % van de bewoners van de stad in de 18de eeuw waren negerslaven.
Anderen, zoals Ignacio Agramonte, waren daarentegen echter vrijheidsstrijders. In de jaren veertig en vijftig kwamen de burgers hier al in opstand tegen Batista.
In september 1959 werd de stad veroverd door Ernesto Che Guevara en Camilo Cienfuegos.
De stad is de derde grootste van het land en wordt tot één der mooisten van Cuba gerekend. Camagüey is een zeer culturele stad. Het plaatselijk ballet en het symfonie-orkest zijn topgroepen in Cuba. Ook het folklore-ensemble El Grupo de Caidije is beroemd. De dansers halen halsbrekende toeren uit met brandende kaarsen en machetes en herinneren aan de vroegere slavernij op Cuba en Haïti.


BLIKVANGERS

Parque Agramonte
Te bereiken via de Calle Indepencia. Hier prijkt een bijna twee meter hoge kruik (tinajones) die vroeger het symbool van de stad was. De kathedraal dagtekent uit 1864. Hier staat tevens de bibliotheek, een prachtig voorbeeld van de barokperiode.

Museo - Casa Natal Ignacio Agramonte
Het geboortehuis van deze advocaat en generaal ligt bij de Plaza de los Trabajadores. Hier prijkt de woning van Agramonte (1841-1873).
Hij was nauw betrokken bij het opstellen van de eerste Grondwet van Cuba.


Iglesia Nuestra Senora de la Merced
Een mooie kerk tegenover het geboortehuis van Agramonte. Binnen de muren troont een prachtig, met zilver versierd, altaar.

Casa Natal Nicolas Guillen
Calle Principe, het geboortehuis van Cuba’s wereldgekende dichter Nicolas Guillen, vlakbij het Justitiepaleis. Zijn bundel Tengo, die hij schreef in 1967, werd in verschillende talen omgezet. Hierin beschrijft hij in eenvoudige woorden de verworvenheden van de revolutie.
Guillen werd in 1961 voorzitter van de Cubaanse schrijversbond.


Plaza de los Trabajadores
Het kleinste en levendigste plein van de stad.

Plaza San Juan de Dios
Aangelegd in de 18de eeuw. In het vroeger hospitaal, dat dagtekent van 1728, ligt het grafmonument van Ignacio Agramonte. Vlakbij ligt de Plaza del Carmen.

Teatro Principal
Op twee huizenblokken van de Plaza de los Trabajadores. Bontbeglaasde boogvensters en een mooie gevel. Gerestaureerd in de stijl van de 19de eeuw.


ISLA DE LA JUVENTUD
(voorheen: Isla de Pinos)


Het grootste eiland naast Cuba zelf. Het heeft ongeveer de oppervlakte van het Groothertogdom Luxemburg en ligt per ferry op 100 kilometer van San Antonio de los Banos. Tot halverwege de jaren zeventig heette het Isla de Pinos.
In de jaren vijftig werd Fidel Castro hier gevangen gezet in de grote gevangenis nabij Nueva Gerona, de hoofdstad van het eiland. Ook José Marti kreeg hier een huisarrest opgelegd door de Spanjaarden.
De Castristen gebruiken het eiland om hun tegenstrevers en contra-revolutionairen gevangen te houden. Het eiland werd door Colombus ontdekt in 1494. Nadien werd het de schuilplaats van piraten en ondergedoken slaven.
Na de Spaans-Amerikaanse oorlog bleef de USA het eiland een tijd lang opeisen, maar gaf het uiteindelijk in 1925 aan Cuba.
Het eiland en zijn 72.000 inwoners leven nu vooral van het toerisme.


BLIKVANGERS

Sierra de Las Casas
José Marti kreeg hier huisarrest

Grotten
De flanken van Cueva de Punta del Este en Cueva Caleta Grande zijn versierd met indianenschilderingen.


Terug naar:
Index Steden




CUBA
Main Page


©  2001 december  copyright  vilmos  cvg   * information:   webmaster   * using this text for commercial purposes will not be allowed