Make your own free website on Tripod.com
1 World 2 Travel
Egypte
Geschiedenis XXIII
Toerisme

Toerisme en veiligheid
De vijand van regering en toeristen heet al-Gamaa al-Islamiya

De heropleving van het fundamentalisme in Egypte is een gevolg van het Britse beleid in de 19de en 20ste eeuw. In antwoord op het kolonialisme zochten velen nier het islamitisch geloof opnieuw naar een nationale identiteit en nieuwe sociale en politieke waarden. Ze verzetten zich tevens tegen de seculiere staat.

De grote armoede in het land is natuurlijk een vruchtbare bodem voor het ronselen van kandidaat-terroristen.
Moslimfundamentalisten, die al jaren strijd voerden tegen de seculiere regering van president Mubarak en van Egypte een islamitische staat naar lraans voorbeeld wilden maken, richtten zich in oktober 1992 voor het eerst tegen buitenlandse toeristen.
In de twee daarop volgende jaren kwamen 940 mensen, waaronder acht buitenlanders, bij aanslagen om het leven. Als gevoeg van de gebeurtenissen werd het toeristen in het buitenland afgeraden om naar Egypte te gaan en liepen de bezoekersaantallen fors terug.
De regering, die er alles aan gelegen was om de belangrijkste inkomstenbron van het land veilig te stellen, ging onmiddellijk in de tegenaanval. Overal in het land werden verdachte personen zonder pardon opgepakt en huizen van families van mannen met baarden opgeblazen. Geheime agenten infiltreerden op grote schaal in de verboden groeperingen al-Gamaa al-islamiya en Islamitische Jihad.
Daarnaast werden er zeer strenge veiligheidsmaatregelen genomen. Overal waar toeristen kwamen, werden politieversterkingen aangevoerd en patrouilles uitgevoerd. Het Egyptische bewind leek succesvol met het gevoerde beleid. De terreur bleef beperkt tot het zuiden van Egypte.
In december 1995 werd een trein beschoten waarbij een Française en een Nederlander getroffen werden.
Eerder waren al een bus en een Nijlboot het mikpunt van deze godsdienstfanatici.
Op het moment dat de veiligheidsdiensten begonnen te roepen dat het terrorisme overwonnen was, werd Cairo opgeschrikt door de bloedigste aanslag tot dan toe.
De ergste aanslag is die van donderdag 18 april 1996, waarbij vier moordenaars koelbloedig Griekse toeristen neermaaiden, die net hadden ontbeten in het Europa - hotel te Cairo, en de bus wilden instappen voor een bezoek aan Alexandria. Er vielen achttien doden op de stoep. De terroristen hadden zich vergist: ze dachten met joden te maken te hebben.
Tot opluchting van het Egyptische bewind, leidde deze aanslag nu niet tot een terugval van het toerisme.
Een nieuwe aanslag, niet uitgevoerd door een organisatie maar door twee religieuze fanatiekelingen, kostte in augustus 1997 echter het leven aan Duitse toeristen en op 17 november volgde de bloedige moordpartij in de Vallei der Koningen van Luxor waarbij tientallen toeristen omkwamen.
Sinds tien jaar is het toerisme een van de belangrijkste peilers van de Egyptische economie. In het midden van de jaren tachtig besloot de overheid prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van de toerismesector. Egypte wilde meer zijn dan een cultuurbestemming. De ogen waren nu ook gericht op zon -, zee - en strandtoeristen.
Er werden miljoenen dollars uitgetrokken om de infrastructuur in de nieuwe toeristenregio's - gelegen langs de Rode Zee en de Golf van Aqaba - tot ontwikkeling te brengen. Op deze manier wist de overheid talloze buitenlandse investeerders aan te trekken en werden in Hurghada, Safaga en Sharm el-Sheikh in korte tijd talloze, moderne vakantiedorpen uit de grond gestampt.
Daarnaast ging de overheid over tot privatisering van een aantal grote staatshotels. Door het management in buitenlandse handen te geven, werden niet alleen de financiële verliezen een halt toe geroepen; maar verbeterde ook de dienstverlening in sterke mate. Ook het toerisme-onderwijs kreeg de aandacht. Er werd een Academie voor Toerisme opgericht.
Dankzij het liberale beleid groeide de toeristensector binnen enkele jaren uit tot één van de belangrijkste deviezenbronnen van Egypte. In 1990 verschafte het toerisme werk aan bijna een half miljoen mensen en vormde het tien procent van het bruto nationaal product.
Op het moment dat de toerismesector in Egypte een grote bloei kende, brak de Golfoorlog uit. De verliezen over het seizoen 1990-1991 bedroegen 1,5 miljard dollar. Hoewel het effect van de Golfoorlog ingrijpend was, herstelde het toerisme zich direct na af loop van de Golfoorlog razendsnel. Het seizoen 1991-1992 was voor de toerismebranche in Egypte zelfs een topjaar.
Als gevolg van het toeristenterrorisme liepen de toeristenaantallen vanaf het najaar 1992 met de heit terug en bereikte in 1993 met twee miljoen bezoekers een dieptepunt.
Vanaf 1995 is er sprake van herstel. Dat jaar bezochten 2,8 miljoen buitenlanders Egypte, ruim één kwart meer dan in 1994. Tevens nam de gemiddelde verblijfsduur toe van vier dagen in 1994 tot zes dagen in 1995. De toeristen bezorgden Egypte bijna twee miljard dollar aan inkomsten.
Oppermufti Mohamed Abdu (1849-1905) was één van de belangrijkste denkers van het 'liberaal' modernisme van de islam. Fundamentalistisch daarentegen was Hassan al-Banna die de Moslim Broederschap stichtte. Zij voert de oppositie aan in het parlement, maar distantieert zich van het terrorisme.
Rekening houdende met de heropleving van het fundamentalisme slaat er een merkwaardige beeldengroep in Cairo. Hij werd gemaakt door Mamud Muchtar, die ten tijde van Nasser de staatsarchitect was. In deze groep nemen vrouwen bun sluier af naast een koninklijke sfinx, de belichaming van de historische grootheid.
De beeldengroep heel De wedergeboorte van Egypte.


TERUG
VERDER



EGYPTE
Main Page


©  2001 december  copyright  vilmos  cvg   * information:   webmaster