Make your own free website on Tripod.com

WV-WORLD
the small travel info giant


Frankrijk
Bourgogne


Het land van de "Krankroe"
CHABLIS - "Laat je die Krankroe verschepen naar de Verenigde Staten", vraagt een grijzende Amerikaan met dat accent dat men in Oxford haat? "No problem", antwoordt Jean van Château William Fèvre, die zich voor de gelegenheid maar John laat noemen. Hij had de Amerikaanse bezoekers net rondgeleid voor een proeverij van de Krankroe, zoals zij de Grand Cru's van Chablis noemden.

Fèvre is één van de grote mijnheren van Frankrijks mooiste wijnstreek, de Bourgogne. In zijn kelders rijpen zes van de zeven grand cru's en de familie bezit ook wijngaarden in Hongarije en Chili. Hij ontvangt de bezoekers ook in een eigen restaurant. Het kleine, lieflijke dorpje Chablis ligt in de vallei van het departement Yonne, een gastronomisch hart van Frankrijk.
Op de groene, zacht glooiende hellingen rijpen, streng gereglementeerd naargelang de samenstelling van de grondlagen, de grand cru, de premier cru, de (gewone) chablis en de petit chablis. De grand cru's (Vaudésir, Valmur, Grenouilles, Les Clos, Blanchot, Bougros en Preuses) beslaan een oppervlakte van 100 hectaren, de premier cru 650 ha, de Chablis 1550 en de Petit Chablis, die zeer jong gedronken wordt, 200 ha. De grijzende Amerikaan was een beetje teleurgesteld: de Krankroe, die hij kocht, moest nog een zestal jaar verder rijpen in zijn kelder, maar ja, ook op zijn leeftijd, doet hoop leven.


Chablis van het vat
Wie lekker wil tafelen in Chablis heeft weinig keuze inzake drank. Wil je een pils, dan staat alleen een Heineken fris. "Och, we laten onze brouwer maar doen", zegt de patronne van de vlakbij gelegen Vieux Moulin (een graanmolen uit de 11de eeuw), als ze je de wenkbrauwen ziet fronsen: "Wij verkopen alleen Chablis van 't vat", zegt ze lachend, "we hebben zelfs de rode wijnen en de champagne van onze kaart moeten schrappen". In de omgeving van Chablis rijpen nochtans de kwaliteitsvolle Alligoté, Sauvignon, Chardonnay, Chitry, Saint-Bris en zelfs rode heerlijkheden als de Irancy en Epineuil. Andere Bourgondische wijnstreken, ten zuiden van Dijon, zijn de Côte de Nuits, Côte de Beaune, Côte Chalonnaise en de Maconnais.

Toevluchtsoord van Becket
Kelten en Romeinen dronken al "Chablis", maar de eerste verwijzingen naar belangrijke wijngaarden, die Chablis een wereldfaam bezorgden, werden gevonden in Auxerre, het hart van de Bourgogne. Zij dagtekenen al uit de 6de eeuw en natuurlijk waren het monniken die de bekoring van de druif in stand hielden. En zij lieten meer achter, zoals de prachtige kerken en kloosters, maar ook kastelen van de Bourgogne getuigen.
Welke afrit je moet nemen voor een bezoek van de abdij van Pontigny (bij St. Florentin), kon de dame van de péage niet zeggen: "Nog nooit van gehoord !" De wegenkaart kwam er bij te pas om deze enig mooie Cisterciënzer abdij te bezoeken. Met een lengte van 125 meter bevat ze ook de langste pre-gothische kerk van Frankrijk. Abdij en kerk werden vooral uitgebouwd door Thibaut II, graaf van Champagne. Zoals de meeste Cisterciënzer-abdijen beleefde zij haar bloeitijd in de 12de en 13de eeuw. Pontigny, waar nu geregeld mooie concerten worden gegeven, leverde niet minder dan tien bisschoppen of kardinalen en was zelfs een toevluchtsoord voor Thomas Becket, aartsbisschop van Canterbury.
Net als Pontigny beleefden de kathedraal, het bisschoppelijk paleis (nu de préfectuur) en de abdij van St. Germain in Auxerre de woelige perioden van godsdienstoorlogen en Franse Revolutie. Zware vernielingen en restauratiewerken zorgden ervoor dat vele van deze gebouwen ook een rijke vermenging aan stijlen bieden. Romaanse architectuur en Gotiek wonen hier samen.


Archeologen die een parking willen
Auxerre is, zoals het noordelijker gelegen Joigny, gebouwd in de vorm van een amfitheater. Het is ook de stad van de meest ongewone archeologen op aarde. Deze gravers naar ons verleden zouden in de amper 45.000 bewoners tellende stad, langs de Yonne, liefst van al de bouw van een … ondergrondse parking willen zien beginnen.
Maar dat zien de financiers ervan niet zitten. Zij vrezen dat de bouwwerken na de eerste spadesteek snel zullen worden stilgelegd omdat in deze stad, met een Gallo-Romeins verleden, herhaaldelijk nieuwe vondsten worden gedaan en ruimten, zoals die onder de abdij, nieuwe raadsels en geheimen opleveren.
De grafkelders zijn hier twee verdiepingen diep en zijn getuigen van de preromaanse bouwkunst in Bourgondië. Hier werden in de crypte ook de oudste muurschilderingen van Frankrijk aangetroffen. Zij dagtekenen uit de 9de eeuw en bevinden zich bij de tombe van St. Germain, die toen - ook in Rome - een bisschop met aanzien was. Na diens dood in het Italiaanse Ravenna werd de abdij zelfs een bedevaartplaats. De abdij werd in de 18de eeuw overgenomen door de Benedictijnen. Na de Franse Revolutie deed ze dienst als militair ziekenhuis.
Een wandeling doorheen de heuvelachtige stad leidt ook tot de klokketoren met zijn uurwerk uit de 15de eeuw, dat merkwaardig is vanwege zowel zijn zonnewijzers als zijn maanwijzer, die ook aanduidt wanneer het bij voorbeeld halve of volle maan is. Ten minste wanneer het mechanisme werkt. Het is broos en ingewikkeld en Auxerre moet hiervoor een beroep doen op een gespecialiseerd bedrijf uit Straatsburg. Ooit telde de stad binnen haar muren (gebouwd in de 12de eeuw) 24 kerktorens. Auxerre vergelijken met Babylon gaat te ver, maar toch is het een stad die rijk is aan hangende tuinen. Een streling voor het oog in elke steeg of straat.


Op truffeljacht met Bernabet
Auxerre waarborgt echter ook een streling van het gehemelte. In "Le Jardin Gourmand" geniet je bij zonnig weer op het terras van de keuken van Pierre Boussereau en - meer naar het stadscentrum toe - verrast Serge Colas in "Le Salamandrier" zijn gasten, al twaalf jaar lang, op vijfsterrenschotels met vis en zeevruchten. Zijn wijnkaart begint al aan 600 (Belgische) frank. Langs de oevers van de Yonne zwaait Jean-Luc Barnabet de keukenscepter. Het gelijknamige restaurant, met een ruime eetzaal en een prachtig gedecoreerd salon voor aperitief en… pijp of sigarenrokers is een unicum.
Chef en echtgenote kochten hier zeven jaar geleden een oude garage aan. De oprit werd een mooie tuin en de werkplaats een gastronomische schatkamer. De chef heeft uiteraard zijn geheimen, maar de keuken niet. Wie naar zijn tafel wordt gebracht, kan Barnabet en zijn helpers door een groot raam in volle actie bewonderen. De chef is ook een specialist in truffels en richt van september "truffeldagen" in. Wie hem wil vergezellen, beleeft de zoektocht naar deze lekkernij, op stap met de honden, tot op het bord.
Eén van de vele heerlijkheden op de spijskaart - Barnabet heeft een rijkelijk aanbod - vormen de "Escargots Alain Delon". Enkele jaren geleden vroeg de acteur hier naar "les escargots de Bourgogne". Barnabet had ze niet op zijn kaart gezet, maar ging in op Delon's wens.
Nadien vroeg hij hem de toestemming om dit historisch-gastronomisch ogenblik voortaan met diens naam te gedenken.


Een eend in de picknickmand
Bourgogne en gastronomie zijn synoniem. En zoals vele streken in Frankrijk is men ook hier de Foie Gras de Canard gaan bereiden. Op zowat 40 km ten zuiden van Auxerre kan je die uitgebreid proeven in de Ferme Modèle de Misery, een gehucht bij Crain-sur-Yonne. De Yonne is de belangrijkste rivier van het gebied. Ze is behoorlijk breed en loopt vlak langs het Canal du Nivernais, een in de vorige eeuw gegraven kanaal waarlangs wijn, hout en stenen naar Parijs werden vervoerd tot de trein de scheepvaart verdrong.
Van de Yonne en haar mooie en afwisselende oevers en het kanaal, dat er soms mee gelijkloopt, kan je ook per boot genieten.
Vooral Britten en uiteraard Nederlanders kiezen voor deze vorm van toerisme. Per bus of auto sla je ten zuiden van Auxerre, op de weg naar Avallon, best af richting Bazarnes. Een smalle, maar zeer goede asfaltweg loopt via het liefogende Mailly-La Ville (en Mailly-le-Château) langs de 'Rocher du Saussois", een steile rotswand waar dagelijks Franse alpinisten komen oefenen. De vallei is hier iets smaller en vooral bosrijker en straalt een paradijselijke rust uit.
Via Châtel-Censoir gaat het naar Lucy-sur-Yonne (richting Coulanges). Crain laat je links liggen en in Misery loop je zo in de armen van de charmante Marie-Odile Dhuicq. Zij beheert in dit vrijwel verlaten nest de oude boerderij, die verrees ten tijde van Napoleon III.
"Ik bereid geen warme maaltijden voor de groepen of de individuelen, die een bezoek brengen. Je kan hier wel picknickmanden krijgen". Het zijn bovendien mooie manden en korven, die de in Reims geboren Marie-Odile aanbiedt. Een mand voor personen, bevat eendenbereidingen onder alle mogelijke vormen, rillettes en ook de andouillettes (tripes) die - gekruid met diverse ingrediënten - als een salami worden ingebonden. Met een fles wijn en aperitief erbij kost zo'n picknick voor vier 480 Franse frank. Kies je voor de gastronomische picknick, dan mag je per persoon 125 franken neertellen. Tientallen soorten confituren bereidt deze dame ook en tijdens een bezoek van de hoeve krijg je een lesje geschiedenis, het volledige verhaal over de foie gras en heb je natuurlijk recht op een degustatie (30 FF), in de vroegere paardestal. Een belevenis.


Oog in oog met de leeuwen
Terug naar Lucy-sur-Yonne. Een enig mooie, smalle maar degelijke weg slingert, via Lichères-sur-Yonne, tussen bossen en heuvels naar Asnières-sous-bois, dat aan de voet van Vézelay ligt. Vézelay is met zijn op de top van de heuvel gebouwde kerk van Sainte Madeleine letterlijk een hoogtepunt in de Bourgogne. Het stadje is letterlijk naar boven toe gebouwd. Geen ruimte voor de bussen en het klimwerk tussen de vele winkeltjes en restaurantjes in de smalle stegen doet wat aan St. Paul-de-Vence in de Provence denken. Alleen is het hier veel rustiger en minder commerciëler.
De enorme 12de eeuwse kerk is alweer een mengeling van Romaanse en Gotische stijlen: het middenschip is Romaans, het koor Gotisch Ook dit initiatief van de Benedictijnen maakte van Vézelay een bedevaartsoord voor pelgrims, die onderweg waren naar Santiago de Compostella. Abdij en kerk werden op een Karolingische kerk gebouwd. De kerk is tientallen kapitelen rijk, die uit verschillende werkplaatsen kwamen en die afbeeldingen bevatten, niet alleen van het Oude en Nieuwe Testament, maar ook uit de Oosterse dierenwereld. Zo kan men in Vézelay zelfs oog in oog staan met leeuwen, olifanten en pelikanen.


Het toilet is naast de cel
Noordoostelijk van Vézelay en Avallon (het vroegere Romeinse Aballo) ligt het door de rivier Serein omsingelde Noyers, een dorpsnaam die je vreemd genoeg 'Nwajèrs' moet uitspreken. De bewoners van deze plek zijn de Nucériens. Dit middeleeuwse stadje is één schatkamer aan woningen, die dateren van de 14de tot de 18de eeuw en waarvan sommigen "schots en scheef" de geschiedenis hebben overleefd.
Merkwaardig zijn hier ook de straatnamen, zoals Place de la Petite-Etape-aux Vins en rue du Poids-du-Roi. In de U-bocht van de rivier bleven verschillende torens van de vroegere ommuring goed gebouwd. Een bezoek aan de Dienst Toerisme biedt een verrassing. Wie richting openbare toiletten loopt, vergisse zich niet van deur. Links vallen nog twee kleine celdeuren uit de middeleeuwen te ontdekken.


Dieven bewonderen foto's
Van Noyers-sur-Serein tot Ancy-le Franc en Tanlay loopt de weg overheen zacht glooiende heuvels. Beide dorpjes liggen naast het Canal de Bourgogne. Het kasteel van Ancy, waarvan de meubelen en de meest waardevolle boeken uit de bibliotheek door de laatste koper (Louvois, een minister van Louis XIV) helaas werden verkocht, getuigt van duidelijke Italiaanse invloeden. Het biedt een sobere gevel, die getuigt van de strakke bouwstijl van de Franse Renaissance, maar de muurschilderingen en de prachtig ingerichte kapel getuigen van de invloed der zuiderburen.
Ook de architect van het kasteel, Sebastianno Serlio, was een Italiaan. Tanlay daarentegen, dat een boogscheut verder ligt bij de wijnvalleien van Tonnerre en Epineuil, oogt barokker en monumentaler. Dit kasteel is nog omgeven door een slotgracht en wordt na drie eeuwen nog steeds bewoond. Het werd gebouwd door de protestantse Coligny's, die in het in de 17de eeuw verkochten aan de Tanlay's. Alle kamers zijn nog volledig gemeubeld, maar fotograferen is verboden. Ooit verschenen er foto's van de inboedel en ook dieven hadden meteen oog voor de rijkdom ervan. In de balzaal konden zij niets stelen, hoewel die oogt als een museum vol met mooie beelden. Niets dan oogverblinding: alles is bedrieglijk mooi op de muren geschilderd!


In de rivier gebouwd
Het stadje Tonnerre, dat verrees tussen de wijngaarden van Epineuil en van Chablis, ligt er helaas wat vervallen bij. Een rit naar de heuveltop met de kerk van St.-Pierre loont de moeite voor het panorama. In de stad zelf kan men de belangrijkste Bourgondische beeldhouwwerken uit de 15de eeuw bewonderen in het Vieil Hôpital en loont een bezoek aan het in 1293 door Margaretha van Bourgondië gestichte Hôtel-Dieu, één van de oudste Franse ziekenhuizen, alleszins de moeite. Al was het maar om naar het monumentale gewelf te staren dat een halve hectare groot is.
Vlakbij Tonnerre, op de terugweg naar Auxerre, ligt het lieflijk ogende Ligny-le-Châtel. Een boerendorp temidden van diverse soorten dennen en bevloeid door de Serein. Sommige woningen lijken in de rivier gebouwd en ook de kerk van St.-Pierre et St.-Paul loont een oogopslag.


Het tintelt in de grotten
Langs de oevers van de Yonne, op zowat 15 km van Auxerre, ligt Bailly. Het dorpje stelt niets voor, maar verwierf naam en faam door zijn steengroeven. Vele honderden meter werden uitgegraven en van hier kwamen onder meer de stenen, die gebruikt werden voor de bouw van het Panthéon te Parijs. Met vlotten werden zij over de Yonne naar de Seine verscheept.
De groeven vormen een labyrint van tunnels, die worden aangewend voor het rijpen van de tintelende Crémant de Bourgogne, licht bruisende witte of rosé-wijnen die, fris geserveerd, de smaak van de Champagne (vooral de Crémant de Chardonnay) soms evenaren. Niet minder dan vijf miljoen flessen liggen hier gestapeld en benevens de diverse crémants kunnen hier ook verschillende Bourgondische likeuren worden geproefd (en gekocht).
Les Caves de Bailly waarborgen ook een vrij sensationeel onthaal, vermits zowel auto als bus doorheen het labyrint letterlijk tot aan de toog kunnen rijden. Over tientallen jaren zal hier ook een waarachtig ondergronds museum te bewonderen vallen, vermits het cliënteel jaarlijks een lokale beeldhouwer mag bekronen, die dan zijn creatieve geest mag botvieren op de rotswanden.


Zo melkt men een koe
Saint-Fargeau bevindt zich op zowat 70 km van Auxerre en laat de bezoeker - vooral tijdens de zomermaanden - rechtstreeks van de 20ste eeuw de middeleeuwen instappen. Héribert, bisschop van Auxerre en natuurlijke zoon van Hugues Capet, bouwde al in 980 een versterkt kasteel, dat dienst deed als "jachtwoning". Het huidige vijfhoekige kasteel, met zijn zes statige ronde torens en prachtige houten gewelven, werd pas in 1453 uitgebouwd en in de 18de eeuw werd het eigendom van Louis Michel Lepeletier, één van de voorname Fransen, die mede koning Louis XVI ter dood veroordeelde, maar die zoals in de geschiedenis meermaals gebeurde, zelf een gewelddadige dood stierf.
Tijdens de zomermaanden worden hier middeleeuwse geanimeerde klank- en lichtspelen opgevoerd met jachttaferelen, ruitertornooien en de triomfen van de Franse Revolutie. Het hele seizoen door kan de bezoeker ook terecht in de boerderij van het kasteel, bevolkt door bewoners in middeleeuwse klederdracht. Zo kunnen stadskinderen eens zien …hoe "in de goede oude tijd" een koe wordt gemolken.


Overnachten in de geschiedenis
Wie overigens volop wil genieten van "vroeger" kan terecht bij 'Madame Hervé', de gastvrije uitbaatster van hotel Le Parc des Maréchaux, het hotel dat wij op aanbeveling uitkozen. Dit gebouw, dat dateert uit de periode van Napoleon, ligt in een ruime en mooie tuin, op vijf minuten wandelen van het stadscentrum van Auxerre.
Bij de verbouwing tot hotel werd het verleden zoveel mogelijk gerespecteerd en werden alle 28 comfortabele kamers, met een ruime badkamer, televisie en minibar, smaakvol ingekleed. De kamers hebben hier geen nummer. Zij dragen de naam van markiezen, die mee de geschiedenis van Frankrijk en Bourgondië hielpen schrijven.


Het moet niet altijd "Krankroe" zijn
De restaurateurs van Bourgogne bieden uiteraard de beste wijnkaarten aan. En de Chablis is lang niet de enige heerlijkheid, hoewel die keuze natuurlijk de grootste is. Wij proefden - op aanbeveling van de sommelier - ook van volgende wijngaarden:
Bij oesters en kreeft: Muscadet 1992
Bij een Foie Gras de Canard: Sauvignon de Saint-Brie1 1995
Bij vlees: Bourgogne domaine Tollot-Beaut 1994
Bij kaas: Layon St.-Lambert 1995, een zoete, witte… Loire-wijn
Wie toch de Chablis laat aanrukken kan best een '1990' bestellen. Ook de 1993 en de nog zeer jonge 1994 overtreffen de overige jaren.
De meeste restaurants bieden een "Aperitief van het Huis" aan, die vrijwel altijd een cocktail met Chablis of een Crémant is.
Streekkazen
De Bourgogne kent, zoals elke streek in Frankrijk, zijn typische kazen. Velen hiervan worden nog in kleine hoeveelheden gemaakt en zijn dikwijls ongekend in ons land. Elk restaurant heeft zo'n beetje een eigen keuze uit de lokale rijkdom. Zo proefden we een Fourme d'Ambert (een bleu des bleus), een Coulommier en een abdijkaas, de Abbay Pierre qui Vise
Afsmakers zijn de Epoissé en vooral de heerlijke Soumaintrin, die afkomstig is uit de grensstreek van de departementen Yonne en Aude.
De belangrijke ogenblikken in het leven van een Chablis-druif
De druivenplant is een Chardonnay. Hij wordt in een vochtige grond gezet en pas na een jaar groei komt hij op de definitieve plek te staan, in een kleine 25 cm diepe put met "de ogen" naar de zon gericht. Na drie jaar kunnen de eerste vruchten worden geplukt, maar pas na vier jaar heeft de druif recht op de "appelation Chablis".
Van de winter af, tot in maart, wordt de plant onderhouden en bijgesnoeid. In april en mei gaat de aandacht in de eerste plaats naar de bescherming tegen de vorst (tussen de planten worden heuse kleine schouwen gezet!) en de insekten.
Een maand later verschijnen de eerste bloemen en gemiddeld honderd dagen na de volle bloei worden de druiven geoogst. Dat begint meestal op 5 oktober. De druiven worden niet meer met de voeten in een ton - zoals vroeger - maar mechanisch geperst.


1World2Travel



©  2001 december  copyright  vilmos  cvg   * information:   webmaster   * using this text for commercial purposes will not be allowed